Uit het dagboek van Leopold De Vos 1870 – 1913
Deel 1
In 1960 en 1961 verschenen in het tijdschrift 'Rond de Poldertorens' de rubrieken'Knokke in de jaren zeventig en Knokke van 1876 tot 1913 neergepend door Dr. Jos De Smet (°Brugge 24.03.1898/+ 12.02.1972) die zijn gegevens putte uit een dagboek van Leopold De Vos. Deze interessante materie deed ons besluiten wat dieper in te gaan op de lokale geschiedenis.
Met toelating van onze zustervereniging 'St. Guthago' geven we een aanvullend geillustreerd artikel met verduidelijking van sommige vermelde personages in het 'Knokke van toen'.
Wie was Leopold Devos?
Leopold huwde op 8 april 1863 met Maria Traen, weduwe van Benedictus Van Damme. Zij had twee zonen uit haar eerste huwelijk namelijk Edmond die in 1876 zijn intrede deed in het Groot Seminarie van Brugge en priester werd en Louis die zich in 1882 eveneens liet inschrijven in het Seminarie. Uit haar tweede huwelijk, met Leopold De Vos, werd een dochter Sidonie (°14.01.1865) geboren.
Het echtpaar Devos-Traen woonde in de Dorpsstraat tussen 'Hotel de Bruges' en 'Hotel de L'Univers' bij de 'Garre van Konnee'. Zij hadden er na 1862 een herberg-winkelpand opgericht. Volgens het dagboek beleefden ze nu en dan moeilijkheden met dronkaards die niet betaalden. Leopold en Maria besloten hun herberg niet langer uit te baten. Op 26 december 1871 was er venditie van het herberggerief. Zij zorgden wel nog voor maaltijden bij uitvaarten.
De winkel werd verder uitgebaat door Maria. Om de 14 dagen trok ze naar Brugge met de sjees om winkelware. Leopold ging regelmatig naar Brugge met het convoi vanuit Heist. Meestal vertrok de trein er om 11.15u en keerde hij terug om 14.40u. In de wintermaanden ging hij dikwijls te voet naar Brugge en keerde terug met de trein.
Regelmatig moest Maria naar de oogmeester in Brugge en geleidelijk aan werd ze blind wat hen ook verplichtte de zaak stil te leggen.
Ondertussen was Leopold op 4 juli 1881 als kerkmeester verkozen na het overlijden van Frans Galle.
Leopold Devos werd vanaf 1880 agent van verzekeringen en moest daarom geregeld op reis naar plaatsen als Blankenberge, Damme, Hazegras, Heist, Hoeke, Lapscheure, 't Kalf, Meetkerke, Moerkerke, Ramskapelle, St. Anna ter Muiden, Sluis, Uitkerke, Westkapelle, Het Zoute en Zuienkerke.
In een document lezen we dat het echtpaar op 10 februari 1892 hun intrek neemt in een nieuw gebouw en dat ze op 27 februari hun oud huis lieten afbreken.
Ze vestigden zich ditmaal langs de oostkant van de Lippenslaan voorbij 'Hotel de Bruges' (kadaster nr. 449d Lippenslaan Dorp).
Naast een reeks van algemene dorpszaken neemt Devos ook de lokale politiek onder de loep.
Links naast Hotel de Bruges, de woning- winkel van Devos in de Dorpsstraat
In 1870 telde het landelijke dorp Knokke 1300 inwoners. De kern van de gemeente lag tussen de kerk en de wijk 't Kalf. Van de Lippenslaan was nog geen sprake; vanaf de kerk
liep een kronkelende zandweg door het duinlandschap naar het strand. Een zeedijk was er nog niet.
In het najaar van 1872, na de verkiezing voor de helft van de raadsleden, veranderde de meerderheid. Deze besloten nu het gemeentehuis van de herberg van Jan Van Landschoot ('De Zwaan'/ 'Le Cygne') over te brengen naar de herberg van Van Houtte (1) (de 'Communal'). Het ophalen van de gemeentelijke papieren geschiedde in aanwezigheid van het schepencollege, van de garde en van twee gendarmen.
Wat de openbare werken betreft, de eerste riolen werden in het dorp aangelegd in maart 1873. Er waren twee steenwegen: een naar Westkapelle en een andere naar Heist. In december 1870 was er een aanbesteding voor een kalsijde van Driewege naar 't Kalf en het schorre.
De stoomtram Brugge-Knokke-Heist kwam er eerst in 1889. Het treinspoor liep vanaf 1869 van Brugge- Blankenberge tot in Heist.
De nieuwe woonst van Devos langsheen de Lippenslaan, voorbij de Bruges.
Gemeentebestuur
De gemeente werd bestuurd door een gemeenteraad van negen leden, waarvan de helft om de drie jaren vernieuwd werd. Het was geen voorbeeldig bestuur. In de gemeente ging het er weinig ernstig aan toe. Voor de zittingen van 27 maart en 1 april vermeldt de kroniekschrijver: ...geen vooruitgang, geen affairens gedaen. De proohierekening of gemeenterekening moest goedgekeurd worden. Op 21 september 1871 waren de raadsleden dronken en was het een echte zwynsboel. Op 18 en op 23 oktober 1871 werd de gemeenterekening andermaal niet goedgekeurd.
Op 10 september werd dit opnieuw ter tafel gelegd en was heel de raad beschonken. Na de zitting trokken de dronken raadsleden naar de gemeenteschool voor de prijsuitdeling van de meisjesafdeling. Aldaar gedroegen ze zich lyk verkens. Dit had echter ernstige gevolgen en op 21 September kwam de schoolopziener een onderzoek instellen, gevolgd op 28 September door de arrondissementscommissaris. Op 5 februari 1875 werden sancties getroffen: de garde Ph. Van Houtte (2) werd afgezet en de burgervader 15 dagen uit zijn ambt ontzet.
In die tijd hadden slechts de welgestelde personen, die een zeker bedrag aan belastingen betaalden, kiesrecht. Op 11 juni 1872 begaf onze kroniekschrijver zich naar Brugge om te kiezen voor de 'Kamer'. Op 24 mei 1875 ging hij andermaal naar Brugge voor de verkiezingen van de Provinciale Raad.
Op 21 juli 1872 was er te Knokke verkiezing voor de helft van de gemeenteraadsleden. Er was onenigheid en 's avonds werd er zelfs gevochten. Waarschijnlijk had de geestelijkheid zich met de verkiezing bemoeid, want er ontstond grote ruzie op de parochie, bij zover dat twee gebroeders hun flambeeuw (processiekaarshouder) uit de kerk gingen halen en ermee in het dorp rondliepen. Enkele dagen later werd de onderpastoor verplaatst (3).
De gemeenteverkiezingen van 26 oktober 1875 verliepen in alle rust. Er waren wel klachten ingediend over de verkiezing zelf, bij zover dat op 8 en 10 december leden van de Bestendige Deputatie op bezoek kwamen, gevolgd door de arrondissementscommissaris die talrijke getuigen verhoorde.
Het Belgisch Leger bestond in die jaren uit zogezegde 'Lotelingen' die in ieder militiekanton werden opgeroepen. De jongens met de laagste loten dienden soldaat te worden voor meerdere jaren. Zij die over geld beschikten konden een remplagant kopen voor 1.200 fr.
De gemeenteraad uit 1888-89, zittend schepen Philippe Tavernier, burgemeester Sebastiaan Nachtegaele, secretaris Louis Dubois; staande (?), schepen Leopold Vlaminck, schepen Pieter Jacxens, (?) en rechts veldwachter Auguste Decock.
De oudste stiefzoon van Leopold moest op 27 januari 1875 gaan loten. Edmond Van Damme (°Kn 4.05.1855), student retorica aan het St. Lodewijkscollege te Brugge, ging te voet met andere Knokkenaars naar Damme. Hij trok het nr. 42 en moest soldaat worden. Vader De Vos trok naar de secretaris van Blankenberge en het Provinciaal Bestuur omdat men hem had verteld dat zijn stiefzoon, die priester wilde worden, geen soldaat moest zijn. Dit berustte echter op verkeerde informatie. Volgens het militieregister werd er een plaatsvervanger betaald om Edmond vrij te stellen en te vervangen.
Een van de meest gegeerde vermakelijkheden waren de vendities van vruchten en soms van meubels en vee op de hofsteden. Er was altijd veel volk aanwezig. Voor deze bezoekers werden tenten opgezet waar drank en spijs verkocht werden.
Toen Leopold Devos nog de herberg uitbaatte, was een Engelsman Chantrell op logement. Hij ging regelmatig wandelen met hem in Knokke en Heist en soms naar Blankenberge. Tot slot kon hij zijn kamer niet betalen en op 13 november 1871 liet Leopold het goed dat zich bevond op de kamer van de Engelsman opschrijven door de burgemeester.
In het dagboek staat op 11 januari 1871 een maeltyd der societeit, misschien een schuttersgilde of kerkelijke vereniging.
De verpachting van de landerijen van het armbestuur van Knokke ging soms gepaard met een feest. Op 16 September 1873 trok Leopold naar Brugge met de wagen van Martin Van Damme omdat notaris Termote, ter gelegenheid van een verpachting voor de boeren van Knokke een eetmaal gaf.
De Zee
Over de zee, nu een bron van welvaart voor Knokke, vinden we weinig terug in het dagboek van vader Devos. In 1870 werd wel geprobeerd het strand toegankelijk te maken voor mogelijke bezoekers. J. Van Landschoot
had er een planke-weeg aangelegd over de duinen naar het strand. Bij rechtelijke beslissing moest de plankenvloer weggenomen worden in het bijzijn van de veldwachter en twee gendarmes. Heist daarentegen was reeds een drukke badplaats, omdat de trein er een eindhalte had. Een particulier, P. Maertens, had aldaar een kursaal gesticht, die echter op 25 november 1872 failliet ging. De meubels van de kursaal werden openbaar verkocht op 3 december van hetzelfde jaar.
Op 12 mei 1873 was de vuurtoren voltooid en werd voor de eerste maal aangestoken.
Het Zwin was nog niet ingedijkt en bij noodweer zochten sommige schepen er hun heil of om er te stranden. Op 5 en 6 januari 1871 strandden aldaar twee schepen rechtover het Hazegras. Het eerste schip had een lading raapzaad, dat op 17 januari openbaar werd verkocht door een koopman uit Brugge. Een tweede schip was op 3 december gestrand op de zandbank 'Paardemarkt' bij het Zwin met een lading tarwe. Op 22 oktober 1873 strandde het schip 'Celeste Patrie' geladen met ijzer. Schip en lading werden openbaar verkocht op 31 oktober.
De kust bij Knokke had te lijden van stormweer. Op 22 maart 1874 was den duune merkelijk ingehaeld en waren een bootje en enige balken aangespoeld. Op 31 mei 1875 was een lijk aangespoeld op het strand. De dode werd niet eens christelijk begraven, maar heel eenvoudig in de grond gestopt op het heidense kerkhof of ongewijde deel van de begraafplaats rond de kerk.
Het is in deze jaren dat het laatste deel van het Zwin, namelijk de haven van Retranchement (Cadzand) die nog toegankelijk was voor kleine bootjes, ingedijkt werd door de Internationale Dijk. De inpoldering begon met man en macht op 17 juni 1872 en op 14 april 1874 kon de Willem-Leopoldpolder voor het eerst beploegd en bezaaid worden. De Hazegrassluis werd gedeeltelijk opgevuld om doorgang te verlenen aan de steenweg van 'De Vrede' door het Zwin naar Retranchement.
Het haventje van Cadzand omstreeks 1890.
Op 3 januari 1877 verdronken twee vissers uit Heist met hun boot recht tegenover Knokke. Op 20 februari strandde een schip en zonk er een ander tussen Knokke en Heist. Door de mist strandde het schip 'Marguerite' uit Granville bij het Zoute. Het had een lading genever, tabak en kaas aan boord; op 29 maart werd de inboedel gelost en op 17 april kon een sleepboot het schip op het strand brengen. Op 6 april 1887 werd een schip tussen Knokke en Heist stukgeslagen; de mannen konden de kust bereiken, vastgebonden aan planken. Op 4 mei liep een schip vast voor de kust, maar kwam vrij met hoog water.
Op 16 januari 1896 strandde opnieuw een vaartuig voor het Zoute. Het lag te ver op het strand en kon niet vrijkomen. Twee dagen later werd het reeds voor afbraak verkocht.
Op 14 juli 1904 was iets merkwaardigs te zien: de Duitse oorlogsvloot, bestaande uit 9 grote schepen, passeerde dicht voor Knokke. In 1911, op 2 oktober, brandde een schip af in het zicht van de kust; er spoelden twee lijken aan.
In die jaren voeren nog veel kleine vaartuigen van 150 tot 300 ton op zee en het waren meestal deze schepen die op de kust vergingen. Grotere vaartuigen met meer personeel en een geschoolde staf voeren veiliger. Knokke bezat ook enkele visserssloepen, die op het strand aanmeerden. Op 21 februari 1894 werd de eerste schuit op het strand gedoopt.
Regelmatig spoelden lijken aan. Op 25 juli 1877 werd een dode gevonden in het Zwin. Ook op 18 juli 1883,
8 juli 1891, 16 mei 1901 en 12 december 1912. Op 29 augustus en 31 december 1894 spoelden vrouwelijke slachtoffers aan. De eerste was in badkostuum en familie uit Holland kwam het stoffelijk overschot afhalen. In 1896, van juni tot augustus verdronken 3 personen bij het baden; in 1903 een Knokkenaar.
Kermissen & Feesten
Knokke vierde regelmatig zijn kermissen. De grote kermis viel in de 3de week van juli en de kleine rond het midden van november. Iedere keer waren er ruzies en vechtpartijen te noteren. Er liepen veel dronkaards rond en geheel de nacht was er getier en rumoer op straat. In 1872 richtte een herbergier een mastklimming in en op Vastenavond van 1874 liepen enkele gemaskerden rond in het dorp.
Op 22 juni 1870 had men de gouden bruiloft van landbouwer Galle, met feest en bevlagging. Bij deze gelegenheid ontstond ruzie, waarbij de burgemeester werd uitgescholden en alles lijdzaam verdroeg.
Op de grote kermis in 1871 werd de nieuwe pastoor ingehuldigd (4). 's Nachts braken dronkaards de dennenboompjes waarmede het dorp was versierd, ook de zegepoort werd vernield.
Op 8 september 1872 werd de nieuwe burgervader Sebastiaan Nachtegaele ingehuldigd. Gans het dorp was bevlagd en versierd, uitgezonderd de huizen van enkele politieke tegenstanders. 's Avonds was er prachtig vuurwerk. Op 4 november werd de nieuwe burgemeester van Westkapelle, Marreydt, ingehuldigd. Ook daar was alles luisterrijk versierd.
De buitengewone kerkelijke plechtigheden, hadden altijd grote bijval; o.m. de biddag op 11 november en de processies van het H. Sacrament en van O.L.Vrouw Half-Oogst. Op 19 maart trokken veel Knokkenaars in bedevaart naar Ramskapelle. De 15de juni van hetzelfde jaar 1871 werd het pauselijk jubileum gevierd van de 25STE verjaardag van de kroning van Paus Pius IX; overal werd gevlagd en op zondag 18 juni was het dorp feestelijke verlicht.
De bisschop van Brugge kwam de Vorming toedienen op 1 juli 1874 (5). Het dorp was versierd en er was veel volk in Knokke.
Op 13 mei 1875 was Heist in volle feest, wanneer aldaar de nieuwe kerk werd ingewijd. Ze verving de oude kerk bij het kerkhof langs de weg naar Ramskapelle.
Rustverstoringen
Te Knokke werd er toen tamelijk veel gevochten. Op 2 december 1870 was er een grote vechtpartij in een herberg, waarbij de herbergier gekwetst werd in het aangezicht. Op 24 februari werden de vechters ieder veroordeeld tot 26 fr. boete. De bakker was een van de ergste rustverstoorders. Op 19 januari 1873 stapten de poxeur du roi en de zuse van instructie met zijnen griffier te Knokke af om een onderzoek in te stellen over de beruchte vechtpartij. Daarvoor moesten 45 Knokkenaars op 14 februari 1873 voor de rechtbank te Brugge verschijnen. Een kreeg zes weken gevangenis, de bakker 23 dagen en enkele andere liepen boetes op.
Het bloedigste gevecht, dat zeer erge gevolgen had, gebeurde op 17 november 1873 tussen Martin Van Damme (7) en het huisgezin van herbergier Jan Neyts (6).
Veel goed werd stukgeslagen in de herberg van Neyts en Van Damme werd een gat in zynen kop geslegen. De 13de februari 1874 kwam deze voor het gerecht; Neyts en Van Damme werden beiden veroordeeld. Neyts weigerde te betalen en hij joeg de garnizeerens weg die in zijn huis waren gelegd.
Dit waren mannen die er op zijn kosten gelogeerd werden door het gerecht, totdat hij zijn boete zou betaald hebben. Daarom werd op 7 en 13 juli al het goed van Neyts openbaar verkocht tegen contant geld en zonder kosten. Het huis werd verkocht voor 4.560 fr. Ook de herberg van Martin Van Damme werd openbaar verkocht. Hij ging een huisje bewonen in het Zoute.
Voor het beheer van het goed van de minderjarige wezen van Martin, wier moeder was gestorven, had een familielid reeds op 25 juli twee voogden aangesteld.
Op 17 oktober 1875, kleine kermis, werd er in een herberg zodanig gevochten dat de vrouw in levensgevaar verkeerde en de pastoor en de dokter er moesten bijgehaald worden. Op kerstavond 1875 was de bakker opnieuw verwikkeld in een vechtpartij en werd er een van de weinige lantaarns, die op kosten van de inwoners van het dorp brandden, door dronkaards vernield. Ook bij Leopold Devos gebeurden baldadigheden. Ten gevolge van een ruzie, werd zijn was(goed), dat buiten te drogen hing, door een buurvrouw met slijk en vuilnis besmeurd. Zij werd veroordeeld tot 3 fr. boete en 10 fr. schadevergoeding.
Epidemie
De koepokken inenting was wel reeds gekend, maar niet overal toegepast. Nu en dan brak een pokkenepidemie uit. Zij die eraan stierven werden onmiddellijk begraven. Op 30 januari 1872 en 11 februari 1874 stierven er te Knokke 11 personen aan de pokken en twee kinderen aan de mazelen.
Ook veeplagen kwamen voor. Op 5 maart 1872 brak de runderpest uit op een hofstede in Oostkerke. Deze werd terstond door soldaten afgezet om een uitbreiding van de besmetting te beletten.
De Steenweg naar Zee ter hoogte van de villa 'Fleur des Dunes' van Verwee uit 1887.
Bouwwoede - Wegenaanleg - Bereikbaarheid
Op 30 mei 1889 werd de steenweg naar zee in gravier gelegd. Dit was de Zeekassei de latere Lippenslaan. Hetzelfde jaar werd ook gewerkt aan een zeedijk. Wegens loongeschillen ontstond aldaar op 15 juli een grote beroering onder de arbeiders. Nu de dijk er reeds ten dele lag, werd op 4 augustus aldaar een groot hotel geopend ('Grand Hotel de Knocke' van Louis Van Bunnen). De stormen van 25 en 28 september vernielden de nieuwe dijk op talrijke plaatsen.
Een grote verbetering in de verbinding met het binnenland was het aanleggen van een buurtspoorweg Brugge-Knokke-Heist door het dorp. Het was een hele gebeurtenis op 11 augustus; wanneer om 20.30u. de eerste locomotief door het dorp reed. Het duurde nog tot 18 maart 1890 vooraleer de stoomtram voor de eerste maal naar Brugge reed. De volgende dag reed Leopold Devos met de tram naar Brugge. De tijd was voorgoed voorbij dat hij te voet optrok naar he station te Heist om er de trein te nemen naar de provinciehoofdstad. De stoomtram moest nog plechtig worden 'ingereden' en dit vond plaats op 5 juni 1890. Op 3 september 1891 kwam Koning Leopold II, die veel aan de Belgische kust verbleef, naar Knokke. De vorst wandelde langs het strand naar Heist.
De zeebaden hadden veel bijval en er was al een reddingsdienst ingericht. Op 5 september verdronk een dame en de redder die haar wilde bovenhalen verdween ook in de golven. Enkele dagen later spoelde het lijk aan van de vrouw, de redder werd nooit teruggevonden.
Meer en meer nieuwe gebouwen en villa's werden bij de zee gebouwd. In juni 1892 waren er dit reeds 21. Op 15 juni werd door Louis de Clerck (Louis De Klerck) het 'Hotel de Bruges' geopend tegenover de kerk.
Nu Knokke belangrijker werd, was aldaar plaats voor een geneesheer. Dokter Wallaeys werd er op 17 juli plechtig ingehaald.
Een badplaats veronderstelt talrijke drankgelegenheden. Het vervoer van bier op grote schaal, zoals nu met vrachtwagens, was toen nog niet bekend. Het bier moest uit de onmiddellijke nabijheid komen; zo kreeg Knokke een eigen brouwerij, voor de eerste maal in gebruik op 9 december 1896.
Op 27 juli 1898 werd de nieuwe kiosk langs de Zeedijk ingespeeld door een Brugse muziekkapel en op 13 oktober 1899 werd de gasverdeling ingehuldigd.
Tegen het stof moest in 1901 een sproeier in dienst worden gesteld tussen het dorp en de zee.
Er was ook reeds een apotheker in Knokke; hij overleed in november 1906, zijn naam staat niet vermeld maar hij was van vreemde afkomst. Zijn lijk werd naar elders overgebracht om begraven te worden (8).
Knokke was in feest op 5 juli 1908 naar aanleiding van het bezoek van een minister en de gouverneur van West-Vlaanderen. Er was een grote opkomst.
De badplaats had nood aan een gemeentehuis en niet een herberg met een paar kamers. Op 17 november 1911 startten de werken aan het nieuw gemeentehuis en op 15 juni 1913 greep de inhuldiging plaats onder grote belangstelling.
De urbanisatie kon niet achterblijven. Op 19 februari 1912 werden de eerste voetpaden gelegd. De Lippenslaan of 'boulevard' werd gemoderniseerd en de eerste geelektrificeerde tram reed er op 29 juni 1912.
Politieke Perikelen
In Knokke vierde de echte dorpspolitiek hoogtij! Leopold Devos zelf, was een vooraanstaand katholiek (alhoewel hij geen deel uitmaakte van de gemeenteraad). Door de liberale burgemeester werd hij in een herberg uitgescholden voor sloeber, deugniet en bedrieger; gijzit in de kerk te studeren hoe gij de menschen zult bedriegen'. De burgervader (Sebastiaan Nachtegaele) maakte het nog bonter: op 23 oktober 1881 stoorde hij de hoogmis en verstrooide opzettelijk de pastoor binst zijn sermoen, door onder de preekstoel te zitten schrijven in een boek! Het was in een verkiezingsperiode en twee dagen later hadden de liberalen de zege behaald. De ontgoocheling bij Devos was groot. Hij schreef in zijn dagboek: 'de katholijken zijn door het volk verraden'. De eedaflegging van de nieuwe gekozenen werd luidruchtig gevierd op 16 januari 1882 door schieten en poefen. De verliezende partij had een klacht ingediend wegens onwettige praktijken en L. Devos verscheen op 5 mei 1882 als getuige ten laste op de rechtbank te Brugge. Waarschijnlijk had de zaak geen gevolg, want hij schreef er niet meer over
Tussen de pastoor en de liberale burgemeester ging het er zeer slecht aan toe. ledere plagerij was welkom. Op 20 februari 1884 zou L. Dhondt huwen en om 9 u. was de huwelijksmis voorzien maar de burgemeester liet de trouwers wachten tot 9.30 u. vooraleer hij het burgerlijk huwelijke voltrok. Het koppel kwam drie kwartier te laat in de kerk.
Het duurde tot de verkiezingen van 17 november 1895 vooraleer de katholieken de volledige gemeenteraad vormden. De liberale burgemeester was op 26 december overleden, waarschijnlijk van spijt (9). Bij de verkiezingen van oktober 1907 kregen de liberalen opnieuw de bovenhand.
Leopold Devos noteerde iedere keer dat hij naar Brugge trok voor de verkiezingen van de Kamer en Provincie. Niet iedereen had kiesplicht, enkel zij die belastingen betaalden en of de welstellenden. De verkiezing was dan ook op een werkdag. Vanaf 1884 was dit op een zondag. Hij vermeldde de katholieke zegepraal bij de Kamerverkiezingen van 13 juni 1876 en van 10 juli 1884, maar gaf niet de uitslag op van de katholieke nederlaag van 11 juni 1878 wanneer de Brugse liberaal senator Boyaval verkozen werd met een stem meer dan zijn katholieke tegenstander Van Ockerhout. De antikatholieke schoolwet van juli 1879, ging in de Senaat door met een stem meerderheid. Deze wet werd de 'ongelukswet' genoemd.
Na de herziening van de grondwet en nieuwe kieswet van 1893 werd het algemeen meervoudig stemrecht ingevoerd in het land. ledere mannelijk Belg van ten minste 25 jaar had stemrecht. Diegenen die een zekere som belastingen betaalden, over diploma's beschikten of een hoger ambt bekleedden, kregen tot 4 stemmen voor de gemeenteraadsverkiezingen en tot 3 stemmen voor de Kamer en Provincie. De eerste verkiezing met algemeen stemrecht greep plaats op 14 oktober 1894. Het aantal kiezers was te groot om ze te laten samenkomen in de hoofdplaats van het kieskanton. ledere gemeente kreeg voortaan zijn eigen kiesbureel.
Politiezaken
In enkele aantekeningen over politieaangelegenheden zien wij hoe Knokke enerzijds een dorp bleef en anderzijds zich begon te ontwikkelen als badstad.
De vechtpartijen in de herbergen verminderden met de jaren. Wij vinden een paar zelfmoorden van ingezetenen, alsook deze van een heer die op 11 augustus 1881 langs het strand werd gevonden. Hij had zich een kogel door het hoofd geschoten. Een tweede geval deed zich voor op 24 juni 1900. Een schilder viel uit een kornis van het klooster en werd zwaargewond opgenomen; een man viel dood van de trappen in een hotel. Een kind stierf door uit de totte van eene kokende moor te drinken. Een moeder en een kind en een andere vrouw vielen in het vuur en verbrandden. Een meid uit een villa stierf verbrand door petrol in de stove te gieten. Iemand werd doodgebliksemd.
In de politieke beroering van de jaren 1878-1884 wierpen straatschenders op 2 oktober 1881, 's nachts een vensterruit stuk in het bovenlicht van de voordeur van onze kroniekschrijver.
Op 23 augustus 1879, gedurende een storm, werden uit de schuur van Pol Van Houtte al de schoven van de oogst gestolen. Op 6 juli 1903 's middags, was een dief de kerk binnengebroken. De koster kwam erop en werd bijna vermoord. Op 29 maart was er een poging tot brandstichting in de kerk, maar deze kon tijdig gedoofd worden.
Op 26 juli 1879 was er een groep vreemd volk met beren, apen, paarden en ezels naar Knokke gekomen. Zij veroorzaakten moeilijkheden en wanneer de gendarmen optraden kwamen de vreemdelingen in opstand. Devos tekende een viertal verkeersongevallen op. Pieter Savels werd op 14 mei 1879 beide benen afgereden door de trein Brugge-Heist. Op 4 juli werd een man doodgereden door de tram; op 29 mei werd Constant Viaene omvergereden door de wagen van de reddingsboot. Op 9 september 1910 was er een kind uit een villa doodgereden door een oto .
Branden
Als agent van een verzekeringsmaatschappij was Leopold speciaal geinteresseerd in al de branden die in de streek voorvielen. In 1876 een schuur en stal; op 26 juni 1877 gedurende een onweder was er een brand veroorzaakt door de bliksem die een schuur en stal, alsook een hooiopper vernielde; twee personen werden gedood. In 1879 was er een brand in Westkapelle. In 1881 twee branden van een schuur en stal; in 1883 een schuur en stal te Westkapelle, in 1884 twee branden, de donder (bliksem) was ook op een huis gevallen, maar had geen brand veroorzaakt. In 1885 een brand te Knokke en een andere te Sluis.
Op 29 maart 1886, gedurende een storm werd de molen van Charles Lievens bijna volledig verwoest! De heren van de assurantie kwamen op 7 april de schade vaststellen. Nog twee andere molens hadden dit jaar te lijden van het weer. De hekken van de molen van Bouvert in Heist werden afgerukt. Er was ook veel schade aan de molen van Jan De Wulf te Westkapelle. Verder waren er nog twee branden, waaronder de hofstede van Leopold Vlaminck, die afbrandde op 26 december.
In 1890 werd nog een brand vermeld in Blankenberge, in 1893 een brand van een vlasmijt, in 1894 twee branden in Ramskapelle en te Westkapelle, en een koe werd verdonderd te Dudzele. In 1895 zien we een brand te Oostkerke en de bliksem viel op twee gebouwen in Knokke, waaronder het 'Hotel de Bruges' in 't dorp. In 1896, een brand van stal en schuur en grote schade aan het woonhuis door een blikseminslag.
De molen van Charles Lievens
Een grote brandramp trof Knokke op 30 augustus 1905. Een van de oudste hotels, 'Hotel du Phare' op de zeedijk, brandde volledig uit. De brandweer van Heist kwam met een handpomp hulp bieden alsook de pompiers van Brugge met een stoompomp. Dit gebeurde in volle badseizoen zodat er duizenden toeschouwers waren. Het geredde meubilair van het hotel werd op 19 September openbaar verkocht. In 1905 vinden we nog een tweetal andere branden: een schuur, stallen en wagenkot met drie graanmijten. Op 4 augustus 1907 ontstond er vuur in de hangar van het 'Palace Hotel'. In 1910 werd een huis getroffen door de bliksem en op een hoeve brandde de schuur af. Op 11 juli 1911 viel de bliksem op de stallingen van een hofstede op het Hazegras, die afbrandden met alles wat er zich in bevond.
(wordt vervolgd in het volgende tijdschrift)
VOETNOTEN
Familiale inlichtingen over de kroniekschrijver Leopold De Vos.
Op 7 februari 1854 zijn te Knokke gehuwd Benedictus Van Damme, (°Moerkerke 8/11/1825) en Anna Maria Theresia Traen (°Knokke 6/03/1825) landbouwersdochter. Ben. Van Damme, winkelier- herbergier overleed te Knokke op 4 juni 1862. Zijn vrouw trad opnieuw in het huwelijk op 8 april 1863 met de 15 jaar jongere Leopold De Vos, (°Kn 21/04/1840). Anna Maria Traen overleed op 9 maart 1904. Op 4 november 1887
Haar man Leopold was toen agent van verzekeringen. Hijzelf overleed te Knokke op 15 jan. 1914, als ontvanger van de kerkfabriek. Oude Knokkenaars hebben hem weten wonen vooraan in de Lippenslaan waar nu 'De Blauwe Ster' is (in 1960).
(1) Herberg 'De Leeuw' werd omstreeks 1829 betrokken door Donatus Debrock. De eigenaar was weduwe Lieven Van Houtryve-De Vlieghere uit Brugge. In 1862 werd het pand bewoond door Casimir Demaecker. De familie Van Houtte kwam er rond 1884 en had er een winkel en dorpshotel 'Communal'.
(2) Philip Van Houtte, (Kn 10.01.1821), veldwachter, gehuwd met Teresia Claeys (°Kn 22.01.1823), 3 kinderen. Was de zoon van veldwachter Johan Van Houtte en Johanna Loeys, ze woonden Dorp 19. Van Houtte werd in 1871 vervangen wegens ziekte door Bernard Schram, volgens het gemeenteraadsverslag. In 1875 werd de nieuwe veldwachter August De Cock (Zevecote 27.07.1842) gewezen gendarm.
(3) Onderpastoor Joannes Verpoort werd overgeplaatst naar Oostende en vervangen door pastoor Petrus Welvaert tot in 1873.
(4) De nieuwe pastoor was Guillaume Carolus Van der Ghote (°Ieper 1884); later pastoor te Leysele.
(5) Jean - Joseph Faict (°Leffinge 1813/ Brugge 1984) was bisschop van oktober 1864 tot januari 1894.
(6) Jan Neyts (Kn 15.04.1813) kleermaker, herbergier, was gehuwd met Joanna Fockedey (Kn 1824) hadden twee zonen Jan (°Kn 25.07.1852) en Leopold (Kn 1856). Zoon Jan Neyts trok in oktober 1878 naar het naburige Lissewege.
(7) Martijn Van Damme (Knokke 9.10.1829) was gehuwd met Amelia Van Parijs (°Kn 6.03.1833/ + 14.03.1872). Hij staat ingeschreven als herbergier en woonde eerst in de Smedenstraat in een huis op erfpacht (verlengd in 1862 met 29 jaar).
In 1853 is er een aanvraag van herbergier Martijn Van Damme voor het oprichten van een windmolen (Sectie D 316) later overgenomen door bakker Charles Lievens.
Martijn vestigde zich in de oude herberg 'St Elooi' van Vital Pauwaert in de Dorpsstraat (Dorp 29), palende aan de eigendom van weduwe Ph. Van Landschoot (Le Cygne/De Zwaan) (kadaster Sectie D 620 c, 620 d, 622 a, 623 c). In 1878 verlaat hij Knokke en gaat in Brugge wonen.
(8) Apotheker (Angel) Higuet, Lippenslaan, pand gebouwd in 1902. Gestorven in Knokke op 4 november 1906.
Louis Higuet (°St. Gillis 26.02.1863) was gehuwd met De Landtsheer Marie-Louise ( °1872). Na het overlijden van haar man trok ze naar Brussel. Ze hertrouwde met hulpapotheker Jean Vandenschrieck (°Brussel 1880) en kwam in februari 1910 terug naar Knokke. (9 )
Sebastiaan Nachtegaele (°Kn 24.01.1829) vroeg in 1893 zijn ontslag aan als burgemeester wegens zijn kranke gezondheid. Dit werd hem geweigerd. Op 26 oktober 1895 hield hij zijn laatste gemeenteraad. Hij overleed twee maanden later op 26 december in zijn woning langs de Dorpsstraat. Hij was gehuwd in 1856 met Rosalie Quataert en kwam zich in 1891 van 'Witte Hoeve' langs de Graaf Jansdijk in het dorp vestigen.
Hij werd in 1854 gemeenteraadslid, in 1866 schepen en in 1872 burgemeester. (Gemeenteraadsverslagen, Van Polderdorp tot Badplaats, D. Lannoy 1976).
