☰ Extra

Verdwenen hobby’s… De spreeuwenvangers

André Desmidt

Vogels vangen is nu uit den boze.  Sedert de wet Tindemans (1972) waardoor dit verboden werd, behoort het tot de voltooid verleden tijd. Alhoewel, jaarlijks lezen we dat er toch iemand betrapt wordt.  Gevolg: netten in beslag genomen en ook de vogels (zowel in de kooien als in de diepvriezer !).

Ideale periode voor het vangen van spreeuwen was eind oktober begin november.  De nachten werden kouder. Er hing wat mist over de velden en de spreeuwen verzamelden op de toen nog bovengrondse leidingen van elektriciteit en telefonie.  Nu zijn al die leidingen ondergronds en zien we de spreeuwen niet meer verzamelen.

De spreeuwen vlogen overdag en vooral in de vooravond, in grote zwermen van tienduizenden vogels, sierlijk rond op zoek naar een slaapplaats.  Dit harmonisch bewegen was vooral een afweermiddel tegen de roofvogels, die door die compacte massa  in de war werden gebracht.

Afbeelding1Georges en René Rombout spreeuwenvangers 1938

Er waren meerdere manieren om spreeuwen te vangen.  Ofwel installeerde men een kotje midden in een weide. Dit hutje was de verblijfplaats van de spreeuwenvanger.  Het werd gemaakt van takken en natuurlijk materiaal te vinden in de onmiddellijke omgeving.   Dit was een camouflage die de voorbijvliegende vogels niet afschrikte.

Voor het kotje werden de klapnetten geïnstalleerd. Die konden bediend worden vanuit het hutje. Tussen de twee netten werden ook enkele lokvogels geplaatst. Dat waren eerder gevangen spreeuwen die in gevangenschap overleefden en op de grond geplaatst werden met een fijn koordje rond hun poot of een broekje aan verbonden aan een touw. Tussen de lokvogels werd ook wat overrijp fruit gelegd… een lekkernij voor de vogels !  Een tweede lokmiddel was het fluitje waarmee men de zang (roep) van de spreeuw nabootste.

Het gebeurde dan wel eens dat een school (of kooi) overvliegende spreeuwen naar de grond dook en zich mengde met de lokvogels en gretig pikte in het fruit.

De kwestie was dan om de netten onmiddellijk te laten toeslaan zodat de spreeuwen geen weg meer konden.

De vangers haastten zich naar de neergeklapte netten en duwden de spreeuwen één voor één dood.  (het kopje werd geplet).  Zangvogeltjes werden gespaard want die werden later verkocht.  Het was de mode dat men thuis een vogelkooitje had met en kanarie of een parkiet of met een “tiertje”.  Het gezang van de vogeltjes bracht gezelligheid in huis.

Onmiddellijk werden ze de keel toegenepen en uit de netten gehaald.  Soms kwam men thuis met emmers vol dode spreeuwen.  En moeder mocht de beestjes beginnen kuisen…

Spreeuwen vangen aan boord

Ook vissers op zee smulden wel eens van die lekkernij… de spreeuwen die over de zee vlogen werden ’s nachts aangetrokken door het licht aan boord van de vissersvaartuigen.  Ze daalden neer en zochten een rustplaats op de masten. 

Een wel bepaalde periode van het jaar.  Het begon in het najaar bij de eerste koude en mistig weer.  Oogjes dicht en veilig slaap wel! Maar dat was buiten de vissers gerekend.  Die klommen in de mast en pakten de vogeltjes een voor een.  Een duw op hun kopje en ze waren dood.  Dan werden de vogeltjes naar beneden gegooid en kon het werk van de scheepskok beginnen: pluimen, kuisen en bereiden zoals stoofvlees.  De spreeuwen waren een heerlijk alternatief voor de vismaaltijden.  Een maaltijd met spreeuwen duurde wel langer dan gewoonlijk want er moest veel gepeuzeld worden. 

Afbeelding1René Rombout met lokfluitje in aanslag (foto 1938)

Een tweede manier om spreeuwen te vangen was het plaatsen van een kleinere kooi gemaakt uit kippendraad.  Die kooi werd op een vaste plaats gezet meestal op een boerderij naast de gevel van een schuur of stal.

Ook hier werden wat lokvogels geplaatst en overrijp fruit.

Aan de bovenkant van de kooi was een gat met een conische verbinding in de kooi.  De vogels konden er wel in maar er niet meer uit.  Het was een gemakkelijke manier van vangen maar met veel minder resultaat.

De gevangen spreeuwen werden verkocht al dan niet gekuist wat een verschil maakte in prijs.

Soms zaten er ook zangvogeltjes tussen de gevangen vogels.  Die werden opgekooid, op zaad gezet en dan verkocht.  En precies daartegen kwam er veel verzet wat leidde tot een algemeen vangverbod.

Spreeuwen waren – net als mosselen – een jaarlijkse lekkernij !

De spreeuwen werden bereid als stoofvlees.  Een paar uur pruttelen (sudderen) op het vuur.  Maar tussen de jonge spreeuwen (jaarlingen) zaten soms ook een paar oudere en die bleven taai.  Eerst werden de spreeuwtjes gebruind (gebakken in de pan) om daarna in de stoofpot te belanden.  De billen en de borstkast gaven mooie stukjes vlees en de rest was peuzeling.  Het was een maaltijd van lange duur. Een typische Vlaamse winterkost…

Een fervent spreeuwenvanger was ook wijlen Maurice Ackx.  We spraken met zijn weduwe en zijn dochter.  De spreeuwenvangst begon rond de 15de oktober en eindigde eind november.  Om vijf uur ’s morgens trokken ze er op uit.  Maurice had eerst een vaste stek aan de watertoren te Duinbergen.  Toen hij een brief kreeg van de burgemeester (was grond van de gemeente) dat het niet meer mocht verhuisde hij naar de weiden langs de Westkapellestraat.  Zijn vaste compagnon was Charles Beirens.  Soms gebeurde het wel eens dat Bertje Engelrelst hen kwam aflossen rond de middag. En ongelooflijk maar waar af en toe had hij nog een jutezak met heel wat spreeuwtjes.

Thuis gekomen begon het grote werk want de vogeltjes moesten ook nog gekuist worden.  Ofwel trok men de pluimpjes uit ofwel vlaaide men de vogeltjes(= pluimen én vel afstropen).

Een ander werkje thuis was het maken van de broekjes voor de lokvogels.  Die hingen aan een draad verbonden aan één centrale koord.  Bij het overvliegen van een kooi spreeuwen werd lichtjes aan die centrale koord getrokken waardoor de lokvogels geactiveerd werden en omhoog sprongen wat de overvliegende spreeuwen lokte.

De zangvogeltjes die ook in de netten terecht kwamen werden weggegeven of verkocht tot grote ergernis van de groenen…

*Vijftig jaar terug had zowat iedereen een vogelkooitje in huis en genoot men van het gezang (gefluit) van de vogeltjes in gevangenschap”.

Verdwenen hobby’s… De spreeuwenvangers

André Desmidt

Heyst Leeft
2023
02
004-006
BV
2026-03-17 14:58:46